NAFTHALI


my leash is too long

Het Bloedmooie meisje en Meneer de Steward

Nederland - Noorwegen

Euh…
De stelling van vandaag: De stewards in De Kuip zijn prutsers.

Ik zit in de Kuip, klaar om Nederland over Noorwegen heen te zien te walsen. Dat tezamen met vijf andere grote fans van Stekelenburg en dat nog wel recht achter de pers, schuin achter het doel. Waar ik bij Feijenoord – Twente het moest doen met een plekje in vak RR (rechtonder de harde kern), zat ik nu ietsje dichterbij. Nog sterker, ik stond op vijf meter van waar Robben de 2-0 binnentikte.

Jammergenoeg regende het, en hard. Broek nat, sokken nat, shirtje nat, ik had de overtreffende trap van doorweekt bereikt. Zelfs een krent als ik haalde met plezier de drankjes (3 euro voor een alcoholische versnapering die het zelfs niet haalde bij het gemiddelde festivalbier, de afzetters), zodat ik even droog kon zitten.

Loop ik langs het vak van de Noorse supporters, staat daar een steward doodleuk poncho’s uit te delen. Nou, bij de Nederlandse vakken geen steward gezien die dat deed. Afijn, de kwaliteit van de poncho was zo goed dat je bij wijze van spreken een gat in de poncho kon niezen, maar het idee dat alleen mijn oranje-hoed nat werd gaf best een lekker gevoel.

Terug naar mijn stelling. De stewards in de Kuip discrimineren er dus flink op los. Dat was ook al geval toen ik de festival-drankjes bestelde. “Mag ik uw plaatsbewijs even zien?”, aldus de Meneer de Steward (20-plusser, blank, een ik-doe-mijn-haar-werkelijk-nooit-kapsel) van vak Y. WTF, ik loop met drie bier en twee cola in mijn handen: “Hij zit in mijn rechterkontzak, haal hem er maar uit.” Dat doet die flapdrol toch nooit, was mijn gedachte. Maar nee hoor. Meneer de Steward duwt zijn grijpgrage handje al in mijn linkerbilzak, de flikker.

Terwijl hij de grootte van mijn linkerbilspier aan het testen is lopen er twee bloedmooie meisjes ons tegemoet.

Meneer de Steward: “Mag ik jullie kaartjes even zien?”
Bloedmooi meisje 1: “Nou, ik heb mijn handen vol, ik kan hem dus niet pakken, het regent en hij zit in mijn kontzak.”

Als ik in de schoenen van Meneer de Steward had gestaan, had ik mijn hand uit de kontzak van mezelf gehaald en m’n beide handen in d’r bilzak geduwd en gegraaid alsof mijn leven er vanaf hing. Ter controle had ik mijn andere hand in de bilzak van Bloedmooi meisje 2 geduwd. Maar Meneer de Steward: “…”

Het bloedmooie meisje wacht de reactie van Meneer de Steward niet af en loopt de tribune op. Meneer de Steward heeft ondertussen nog steeds niet mijn kaartje gevonden en zit mijn zijn vingers nog steeds te frunniken in mijn kontzak, de prutser. Na twee verspeelde minuten – voor zowel Meneer de Steward en voor mij – vindt hij mijn kaartje en kan ik doorlopen naar mijn zitplaatsje.

In die twee verspilde minuten had meneer makkelijk de twee bloedmooie meisjes en mij kunnen fouilleren. Dan ben je toch wel een beetje prutser als je alleen bij degene van het mannelijke geslacht in de kontzak zit? Ik snap er niks meer van.

Mijn gedachte voor vandaag...
Vanavond bij Nada in de tuin, joepie!

≡ Maak een praatje